ZKC'-tje: Zeer Korte Column

Een wederzijds genoegen
Door Beatrijs Ouwehand

Helaas is het niet mogelijk ouderen te bezoeken om samen met een activiteit bezig te zijn. Maar de vrijwilligers van Lang Leve Kunst en Naoberschap van de Gruitpoort zijn niet voor één gat te vangen. Ze nemen waar mogelijk telefonisch contact met hen op, lezen een verhaal voor of dragen materiaal en ideeën aan voor een beeldend projectje thuis. En natuurlijk is er ook tijd om gewoon een praatje te maken.

Vaak levert dat mooie uitspraken op waaruit levenswijsheid en levenslust spreekt. Ook zorgen en verdriet worden gedeeld. En dit alles tot wederzijds genoegen! De bijzondere uitspraken en gedachten mogen niet verloren gaan. Ze krijgen een warm onthaal en worden, anoniem, ingebed in kleine berichtjes. 


Deel 8 - Twee paar handen

“Mijn enige wens is een Latrelatie met iemand die gek is op klassieke muziek, maar ik zet geen advertentie. Als het niet op mijn pad komt, dan maar in een volgend leven.“
(mevrouw, 90 jaar)

We kunnen rustig stellen, dat het tij niet meezit als je op zoek bent naar een partner.

Het ontmoedigingsbeleid van de overheid laat nauwelijks ruimte tot ontmoeten. Met name de oudere garde moet zich gedeisd houden en doet dat ook, met bewonderenswaardige berusting. Maar mevrouw is zeer levenslustig en heeft, buiten dit wensje, genoeg andere dingen om handen waarmee ze kleur geeft aan haar dagen. Lezen, klassieke muziek luisteren, verhalen schrijven. En tussendoor met een rugzakje het loopje naar super Jumbo, inkopen doen voor het avondmaal.

Tweeënzeventig jaar woonde ze in Haarlem, om eind 2005 “burgeres van Zutphen” te worden, een forse omschakeling. De eerste periode heeft ze het op menig A4’tje van zich afgeschreven.

Quatre-mains spelen op de piano, hoe fijn is dat! Maar dat kan onmogelijk in je eentje. Het is dan ook een geschenk uit de hemel als zich acht jaar geleden een heer aanbiedt. Voor de vierhandige pianostukken. Sindsdien nemen ze eens per week aan het klavier hun plaatsen in. Een stoel voor hem, het oude orgelkrukje voor haar. Hoe ze dat ritselen in de anderhalvemetersamenleving? “Dat vertellen we niet.”

Er wordt serieus en gedegen gerepeteerd, met tussendoor alle ruimte voor kwinkslagen en “droge humor.”

De ene keer rijdt hij naar haar, de keer erop gaat zij per spoor naar Ruurlo. Meneer, “een fijn mens”, wacht haar bij het station met de auto op.

Het zal zo’n vier jaar geleden zijn dat ze tijdens een van haar treinritjes de prachtige omgeving aan zich voorbij ziet trekken en opeens ten volle beseft: “Dit is mijn land!”

Het verre Oosten heeft haar hart veroverd.

Dit is de laatste column in de reeks een Wederzijds genoegen. Dank voor het lezen en de leuke reacties! De activiteiten van Lang Leve Kunst en Noaberschap zetten we natuurlijk onverminderd voort. Veel ouderen doen er met plezier aan mee en voor de vrijwilligers geldt dat zeker ook. Laten we blijvend omzien naar elkaar.


Deel 7 - De aanhouder

“Je moet er zelf voor zorgen, dat wat je belangrijk vindt, bereikbaar wordt.”
(mevrouw, 90 jaar)

Minstens vijftien kaarten heeft ze de laatste tijd naar familie en bekenden verstuurd, alle gestoken in zonnige enveloppen. Vroeger schreef ze mooie verhalen, maar dat heeft ze de laatste jaren een beetje laten versloffen. Ze verveelt zich absoluut niet nu ze haar tijd grotendeels binnenshuis doorbrengt. Zo heeft ze ook de pen weer ter hand genomen en flink werk gemaakt van de kaartenschrijverij. En daar is onverwacht veel respons op gekomen. Tante post doet weer goede zaken.

Op het schap van de grote eikenhouten kast staan de vele antwoordkaartjes keurig naast elkaar uitgestald. Ze kikkert er helemaal van op als ze ernaar kijkt. Op datzelfde schap staan ook enkele foto’s van Gendringen rond 1920. Ze heeft er lang gewoond.

Al pratende schiet haar opeens de oude naam van de plaatselijke voetbalvereniging te binnen: De Aanhouder Wint, D.A.W. Ik bespeur een lichte aarzeling in haar stem als ze zegt: “Dat spreekwoord past toch ook een beetje bij deze tijd waar we nu in leven, dat je door moet gaan en dat het weer voor mekaar komt…?”

Op internet ga ik op zoek naar de historie van v.v. Gendringen. De allereerste naam van de club is ook een bijzondere: Klein Maar DapperBeide namen lijken me niet echt handig om langs de lijn als strijdkreet in te zetten. Wel vertellen ze iets over de periode waarin ze gekozen werden: 1914 en 1918.

Ik zie er vandaag een lichtpuntje in, in die twee eenvoudige, bijna vergeten spreekwoorden. Alles is voorhanden: doel, moed, hoop!


Deel 6 - Een balkonscène

“D’r is ook altijd wat!”           
(mevrouw, 91 jaar)

Je bent nog lang niet jarig als je in deze tijd verjaart. En zeker niet als je wel van een verjaarspartijtje houdt. Vorig jaar, toen ze 90 werd, heeft ze flink uitgepakt met een feest bij het Onland. Dit jaar zal het er heel anders aan toe gaan, maar gevierd wordt er.

De dochter uit Ede heeft tijdig bij de plaatselijke banketbakker een grote taart besteld. Als ze die af komt halen, blijkt die echter onvindbaar te zijn. Zes paar vlijtige ogen speuren zenuwachtig langs schappen, koelkasten en vitrines. Taart in overvloed, maar niet de gewenste.

Ondertussen is de rij wachtenden buiten de winkel uitgedijd tot ongekende proporties. De anderhalve meter afstand p.p. wordt strikt in acht genomen; hier valt voor meneer de handhaver geen droog brood te verdienen. De zwaar teleurgestelde dochter moet uiteindelijk genoegen nemen met een appetijtelijk alternatief. Zonder te betalen verlaat zij het pand.

De verjaardag wordt opgedeeld in drie stukken. Alleen de allernaasten en na elkaar. Geen geknuffel en gekus, wel drie keer uit volle borst het “Lang zal ze leven!”                         
Op het balkon zit de jarige in haar eentje tussen de gevulde bloembakken, de deur naar de kamer staat open. Binnen voorziet de visite zichzelf van een bakje troost en een forse slagroompunt.

Het verhaal van de foute taart wordt uitgebreid uit de doeken gedaan. De jarige hoort het gelaten aan, schudt meewarig het hoofd en verzucht: “D’r is ook altijd wat!” Toch is ze maar wat trots op de actie van haar potige dochter. Straks, als iedereen weg is en het besmettingsgevaar geweken, zal ze op haar gemak de cadeautjes uitpakken.

En die taart? Niks mis mee.


Deel 5 - Zo gaat het

Veur mien doen aardig goed. Het houdt niet over, doar is mien leaftied ook noar!”
(
mevrouw, 96 jaar)

In haar kamer staan een paar makkelijke stoelen. Ze hebben de verhuizing naar een zorgappartement, ruim een half jaar geleden, overleefd. Lang niet alles kon mee, dus er werd veel gewikt en gewogen. Afscheid nemen van de dingen die vergroeid zijn met je leven is een heel ding. Maar je zult haar niet horen klagen. Ze is hèt voorbeeld van een optimistische, sterke vrouw. “Anpakken en proberen alles goed te doen, gewoon deurgoan!”

In de gerieflijke stoel zit ze graag te lezen. Haar ogen zijn nog redelijk goed, dat is zo fijn. De telefoon staat op een tafeltje naast een andere stoel. Als er gebeld wordt, kost het tijd en inspanning op te staan en te wisselen van zitplaats. Die versleten knieën hè…...

Corona heeft een dikke streep gezet door de frequente bezoekjes van haar 90-jarige broer. Die kwam bijna dagelijks vanuit Hengelo met het autootje naar haar toe getuft. Zo gezellig, altijd wat te praten samen. Nu ligt alles stil.

Toch dient zich een nieuwe mogelijkheid aan. Op het buitenpleintje van het tehuis staan de bankjes sinds kort op geruime afstand van elkaar. Hier mag ze bezoek ontvangen, wel dertig minuten! Tijdig dag en uur prikken en reserveren, want het pleintje is in trek. En dan maar hopen, dat ook over een week de weergoden hun beste beentje voorzetten.

De stemming? “Mien humeur is wel goed, niet anders dan eerder. Moar ik had niet gehoopt zo oud te worden.”  Morgenochtend de oogjes niet meer opendoen?

“Dat zou fijn zijn.”


Deel 4 - Oude liefde

“M’n vader vond het niet goed, zei dat ik m’n geld nog weleens voor iets anders nodig zou kunnen hebben.”
(meneer, 90 jaar)

Als je van je tiende tot je vijftiende in een wereldoorlog ondergedompeld bent, drukt dat een onuitwisbaar stempel op je leven. Angstige, verdrietige, spannende jaren. Met name de laatste oorlogsmaanden, drie bombardementen en de bevrijding van Doetinchem staan in zijn geheugen gegrift. Maar deze jongeman is gelukkig voorzien van een flinke dosis levenslust en een gezonde nieuwsgierigheid. En dat betekent, dat hij nogal eens met de neus vooraan staat, daar waar het gebeurt en dat is niet altijd verstandig. Zijn beschermengeltje moet menig keer ingrijpen!

Bij de intocht van de Canadese bevrijders, 2 april 1945, gebeurt er echter iets moois! Hij ziet haar en is direct verkocht: Willys! Zij heeft alles in huis dat een avontuurlijk jongmens zich maar kan wensen: stevig, solide, stoer. Begerenswaardig!
Hij heeft geld opzij weten te leggen, maar zo’n jeep kost wel 1200 gulden.                 
Is haalbaar, maar vader steekt er een stokje voor en dat is maar goed ook.

De centen blijven gespaard en maken het tien jaar later mogelijk een eigen boerenbedrijfje te starten. Dat had hij zich “als zevenjarig jongetje al vast in de kop gezet: ik wil boer worden.” Dag in, dag uit is het ploeteren, alles wordt opgeofferd aan het bedrijf, maar “niet met tegenzin.” Langzaamaan komt het tot bloei.

En Willys? Die heeft 47 jaar in de wacht gestaan. In 1992 doet dit icoon van de Amerikaanse strijdkrachten haar intrede op het Achterhoekse erf. De kosten voor aanschaf en oplapperij? Eh, tja… Maar wat heeft ze zijn leven verrijkt.

Slechts een paar roestplekjes heeft ze, deze oude geliefde.


Deel 3 - He'j d'r wel tied veur?  

           “Moar wat kost dat dan, dat veurlaezen?”
           (
mevrouw, 87 jaar)

Ze heeft alle tijd van de wereld. Tussen de vier muren van haar kleine appartementje slijt ze grotendeels in haar eentje haar dagen. En dat is niet eens het allerergste. Dat er geen bezoek mag komen, dat maakt het zwaar. Natuurlijk, ze krijgt af en toe een kaartje en de telefoon staat binnen handbereik. Maar ook die is stilgevallen, net als de rest van haar wereldje. Tot vanmiddag.

Ze heeft zomaar een afspraakje, jawel, met iemand van de Telefonische Voorleesbrigade. Het lijkt waarachtig wel een date. De lieve mevrouw van de wijkverpleging heeft het gearrangeerd. Stipt om drie uur belt hij op, de onbekende voorlezer. Zien kunnen ze elkaar niet, maar horen des te beter. Even kennismaken, aftasten met woorden. Een prettige, warme stem heeft de voorlezer, dat luistert nauw. Gelukkig is haar gehoor, met dank aan de geduldige audicien, weer redelijk op sterkte. Rustig loopt via het dunne lijntje een zonnige vertelling de kamer in, prachtig. Even zorgeloos wegdromen naar een andere plek, oogjes dicht. Nog een?  “He’j d’r wel tied veur?”  Maar natuurlijk mevrouw, alle tijd van de wereld. Vrijwilligers zijn net tovenaars, ze màken tijd!    
 


Deel 2 - De duimstok

“Als ik mijn leven kan geven voor een jonger iemand, deed ik dat. En dat hoeft niet alles te kosten, haha. Ik ben een tevreden mens, heb een goed leven gehad. ”
(meneer, 92 jaar)

Wat moet het een rust geven als je zo tegen het laatste stukje van je leven aan kunt kijken. Geen last van angst, vertelt hij, het is goed zo. Eenzaam is het wel een beetje en vooral erg stil. Geen gezamenlijk koffie-uurtje beneden, de maaltijden in je eentje nuttigen, geen bezoek dat wat kleur aan de dag geeft: saai! Gelukkig mag meneer er met zijn driewieler op uit en dat doet hij dan ook. Zelf deels de regie in handen houden en boodschappen doen op een verantwoord tijdstip. Voorzichtigheid geboden, maar overal zijn maatregelen getroffen. Afstand houden en langdurig en vaak handen wassen. Het dagelijkse wandelingetje in gezelschap van de rollator is heerlijk. Een stief kwartiertje op een bankje in het zonnetje,  koel briesje door de uitgedunde haardos, daar frist een mens van op. Wekelijks komt de onmisbare huishoudelijke hulp. Die verplichte anderhalve meter afstand is dan nog wel een dingetje. “Je moet de duimstok in je broekzak hebben om eraan te denken!”               

Ideetje: geen actiezegeltjes bij de boodschappen, maar een AHa-duimstok. Voor dat ene momentje van onachtzaamheid.



Deel 1 - Sukadelappen

Met Pasen komt mijn zoon naar mij toe. Ik hoop zo dat het door kan gaan. Dan ga ik  sukadelappen braden en hem die voorzetten.”

(mevrouw, 84 jaar)

Terwijl ouderen van boven de 70 met klem wordt aangeraden zich achter de voordeur te verschansen, de buren te vragen de boodschappen te doen of deze te laten bezorgen, fietst deze mevrouw een paar keer per week door het parkje naar de Jumbo en de Lidl. Het nodige moet ingeslagen en dat kan ze best zelf. Er is wel wat doorzettingsvermogen voor nodig. Dat ene been heeft kuren en doet behoorlijk pijn. Maar als je ergens wilt komen, zet je je daar maar overheen. Gaan! Het fietstochtje is meteen een klein verzetje en een frisse neus halen staat de overheid nog steeds oogluikend toe. Op de terugtocht wel even een tussenstop bij de viskraam, vers visje kopen voor het avondeten, sinds jaar en dag een wekelijks terugkerend ritueel.

De zoon, elders woonachtig, heeft gemeld dat hij zich niet lekker voelt en met bonkende hoofdpijn het bed houdt. Zou het misschien, eh…..? “Welnee!”, roept mevrouw stellig. Als hij nou maar beter is met Pasen. En anders?

“Dan ga ik naar hèm toe, met de pan sukadelappen. Rijden er nog taxi’s?”   


 

© Gruitpoort 2020 Design & concept: Frappant - Techniek & CMS: BeSite | Sitemap